Stap 4: formuleren

Spreek de taal van je lezer

Vermijd de valkuil

Beleid is niet altijd concreet: soms gaat het nu eenmaal om cijfers, abstracties en vergezichten. Maar zeker bij een groot of breed onderwerp loop je het risico op intern gerichte formuleringen.

Denk van buiten naar binnen

Voorkom dat je taal de kloof naar de lezer vergroot. Zet ook in je taalgebruik de stap naar de lezer. Maak je tekst toegankelijk door heldere taal: schrijf actief (wie doet wat?) en houd het zo eenvoudig mogelijk. Geen jip-en-janneketaal, wel begrijpelijke en actieve zinnen. Kies genderneutraal en inclusief taalgebruik: neutrale taal die niemand ‘in een hokje duwt’ en niemand uitsluit.

Zo werkt het

Bedenk hoe je het zou uitleggen aan je buurvrouw: iemand die niet thuis is in het onderwerp. Dan gebruik je vanzelf begrijpelijke woorden en korte zinnen. Laat ook een proeflezer je tekst bekijken. Ontdekt die moeilijk leesbare of onduidelijke zinnen? Hak ze in mootjes, maak ze actief, en wees scherp op ambtelijke woorden en beleidsjargon, gebruik ik en wij.