Meta-tegen of meta-voor?

AB: Zeg, Tiggeler. Hoe lang ben jij nu al tekstschrijver?


ET: Tekstschrijver word je niet, dat ben je vanaf geboorte. Dus dat is eigenlijk sinds … [mompelt iets onverstaanbaars] … euh, een poosje.


AB: En is het jou in al die jaren al eens gelukt om een goede metafoor te verzinnen?


ET: Metaforen … ik snap je probleem. IJzersterk, maar glad ijs.


AB: Ik heb in heel mijn leven nog maar één keer een goede metafoor verzonnen. Hoe komt het toch dat dat zo moeilijk is? En dan zijn ze ook nog eensbehoorlijk onwenselijk. Als we tenminste jouw idool Spinvis moeten geloven, die betoogt dat het gevaarlijk is om door het nauwe kokertje van de metafoor naar de wereld te kijken. Metaforen, zo schrijft hij, zijn de pest voor ons denken, doordat ze een deel van de werkelijkheid weglaten. They dumb us down.


ET: Maar Robbert Dijkgraaf en zijn vrouw Pia dan? De geleerdste Nederlanders van de wereld? Die grossieren erin. Hier, Pia in een interview: ‘Je zou hier geobsedeerd kunnen raken door Trump, […] het is hier één doorlopende vette klucht, en als je niet oppast word je ’s morgens wakker en kijk je meteen wat er nu weer is gebeurd. Alsof je de hele tijd chips zit te eten.’ Robbert: ‘Ja, chips. En die hele zak moet leeg.’ Trump is een klucht, nietszeggende nieuwsstromen zijn zakken chips: verslavend en slecht. Ik zeg: mooie meta.


AB: Ik begrijp vrouwe Dijkgraaf wel: zij wil het lachwekkende aspect van Trumps presidentschap benadrukken. Die metafoor zie ik vaker: de online LINDA heeft bijvoorbeeld een rubriek genaamd The Trump Show. Maar door deze metafoor valt wel het zicht op een belangrijk aspect van de werkelijkheid weg. Namelijk dat de positie van Trump in het Witte Huis échte gevolgen heeft voor échte mensen. Spreken over een klucht of een show impliceert dat Trumps presidentschap entertainment zonder consequenties zou zijn.


ET: Maar … toevallig was ik aanwezig bij een prikkelend praatje van Bas Haring bij het 30-jarige verjaardagsfeestje van het Taalcentrum-VU. Die had het over metaforen in de vorm van ‘verhaaltjes’. Je kiest niet één simpel beeld, maar geeft met een verhaal diepgang aan de vergelijking. Zo maak je je vergelijking toetsbaarder. Meebeleefbaarder.


AB: Verklaar u eens nader, Tiggelert.


ET: Haring roemde hoe metaforen wetenschappelijke ingewikkeldheden begrijpelijk maken. Bijvoorbeeld de popnagelmetafoor: stel, je ziet een monteur popnagels verwijderen uit de vleugel van een vliegtuig. Helemaal niet erg, zegt hij: een paar popnagels minder maakt niet uit voor de veiligheid. Klopt, maar je weet dat er een kantelpunt komt: één popnagel te veel eruit, en het vliegtuig stort neer. Zo is het ook met de natuur: verdwijnen te veel soorten, dan kom je voorbij het punt waar de schade onherstelbaar is.


AB: Een glashelder beeld, dat wel. Maar hoewel deze metafoor duidelijkheid creëert, gaat er ook een belangrijk deel van de werkelijkheid in verloren. Popnagels kunnen bijvoorbeeld niet onderling communiceren. En ze beïnvloeden niet, op allerlei complexe manieren, elkaars bestaan. Een vliegtuigvleugel is geen ecosysteem. Spinvis heeft gelijk! Wees als Spinvis.


ET: Maar Spinvis is een dichter! En zoals een poëet hoort te doen, verenigt hij twee gedachten die onverenigbaar zijn: beeldspraak misleidt, maar we kunnen niet zonder, want heel ons denken is metaforisch. In zo’n tweeledig standpunt kan ik me wel vinden. Metaforen vervormen én verhelderen. Het zijn onmisbare misleiders.


AB: Is dat niet een contradictio in terminis?


ET: Oei. Mag dat ook al niet meer?