Taalquiz

Nederlands, dat kunnen we toch allemaal? Test jouw kennis van het Nederlands in onze taalquiz. Hoeveel vragen heb jij goed?

1. Goed of fout?


De oppositieleider vond dat de minister onvoldoende inging op zijn argumenten. Hij ging voortdurend in de aanval.


2. Wat is het juiste verkleinwoord van taxi?


A) Taxietje

B) Taxi’tje

C) Taxitje


3. Wat is de verleden tijd van
'zij saven'?

A) Zij saveten

B) Zij saveteten

C) Zij saveden

D) Zij savededen

4. Verwijs op de juiste manier

'Daar ligt de factuur.'


A) Deze heb ik al betaald

B) Dit heb ik al betaald

C) Dat heb ik al betaald

5. Goed of fout?


Zowel de directie als het bestuur zijn verantwoordelijk voor de stijging van de kosten.



6. Wat is de juiste schrijfwijze?

A) zzp-er

B) zzper

C) zzp’er

D) zzp’-er